Hoe is het toilet ontstaan?

We maken er dagelijks meer dan eens gebruik van, maar hoe ging dat vroeger?

De Romeinen hadden al best een goed rioolsysteem. Menselijke uitwerpselen kwamen eerst in een goot terecht en dit verdween daarna in de rivieren. Ze kenden vooral openbare toiletten die stonden in een badhuis. Er waren geen gescheiden ruimtes, dus iedereen zat gewoon bij elkaar z’n behoefte te doen. In de Middeleeuwen is veel van de Romeinse kennis verloren gegaan. Men deed toen zijn behoefte simpelweg in een emmer. Was deze vol dan kiepte je die leeg op de straat. Alleen in kastelen was er een speciale voorziening ‘het gemak’ genaamd.

Ook de Grieken waren hun tijd ver vooruit. Een zekere koning Minos, die zeer bedreven was op het gebied van techniek en architectuur, had ook oog voor de sanitaire voorzieningen. In zijn paleis waren dat soort zaken goed ontwikkeld. De toiletpot bestond uit een houten toiletbril met daaronder een aardewerken pot. De spoeling werd verzorgd door een buizenstelsel van klei. In die tijd kende men nog geen toiletpapier, maar in plaats daarvan gebruikte men een spons op een stok. Deze werd na gebruik schoongespoeld in een geul met stromend water. De toiletten in de steden waren voornamelijk op de hoeken van de straat gebouwd. Deze stonken heel erg en er hingen veel vliegen omheen, vooral in de zomer. De steden hadden wel een soort van riolering voor regenwater en afvalwater maar de stank en het vuil op straat verdwenen daar niet mee. Maar toch waren deze toiletten een stuk hygiënischer dan het alternatief: emmers met uitwerpselen en urine in elke kamer.

Tot in het begin van de vorige eeuw was in de lage landen de ton zeer gangbaar. Men had moeite (en eigenlijk nog steeds) met de Franse hurk wc. Volle tonnen werden opgehaald en een lege, vaak niet schoongemaakte, kwam er voor terug. De menselijke mest werd bewaard gedurende ongeveer een jaar in zogenaamde mestloodsen. Daar kon het rijpen en dan weer gebruikt worden in de landbouw. Begin 20e eeuw werd het rioleringsstelsel ingevoerd. Tot pakweg 1975 werd de ton nog hier een daar in Friesland (o.a. Leeuwarden) gebruikt.

Toch werd het moderne toilet zoals wij die nu kennen al in de 16e eeuw uitgevonden door de Engelsman John Harington. Vervolgens is het steeds verder ontwikkeld. Op een gegeven moment kreeg ieder huishouden een eigen wc pot met een wc bril en dat was in het begin best heel bijzonder. Lange tijd hebben we hier in de lage landen nog een huisje in de tuin gehad, met daaronder een diepe kuil. Als deze vol was werd dit afgedekt of leeggeschept.

Meerdere betekenissen

Het woord toilet heeft verschillende betekenissen. Het is afkomstig van het Franse woord toilette. Het synoniem wc is de afkorting van het Engelse watercloset wat letterlijk waterkast betekent. Met toilet kan ook een hele ruimte bedoeld worden en het kan gaan om het verzorgen van je uiterlijk: ‘je toilet maken’. Maar het meest wordt dit woord gebruikt voor de pot waarop je je behoefte doet.

Reactie achterlaten