Hoe werkt de sirene?

Om 12.00 uur precies, hoor je iedere eerste maandag van de maand, het luchtalarm afgaan. Dit doen ze om het alarm te testen, zodat ze goed werken als het echt een keertje nodig is.

In Nederland staan meer dan 4000 luchtalarmen, zo kan iedereen het horen. Vaak staan ze op hoge gebouwen, maar meestal op palen van wel 18 meter. Mensen binnen een straal van ongeveer 600 meter van een paal moeten het luchtalarm kunnen horen.

In de meldkamer van de brandweer staat een bedieningscomputer. Hiermee kan de brandweer een signaal sturen naar alle sirenepalen in de omgeving. Op de paal van het alarm zit een antenne waarmee het signaal van de brandweercomputer wordt opgevangen. En daaronder zit een kastje met daarin de sirenecomputer. Als het signaal opgevangen wordt stuurt deze een signaal naar de sirenecomputer die het alarm aanzet.

Een luchtalarm bestaat uit drie witte schotels. In de eerste en in de tweede schotel zitten allebei vier speakers die voor de sirene zorgen. Het geluid gaat via een buisje naar de onderkant van de schotel waar het naar buiten gaat. De vorm tussen de eerste en de tweede schotel lijkt op een soort toeter. Hierdoor is het alarm beter te horen. Omdat er ook geluid onder de tweede schotel vandaan komt hebben ze daaronder nog een lege derde schotel geplaatst. Hierdoor heb je ook tussen de tweede en de derde schotel een toetervorm waardoor het luchtalarm beter te horen is.

Het luchtalarm is ooit ingevoerd om de bevolking te waarschuwen voor een luchtaanval, vandaar de naam. Dit was in 1952, omdat men bang was dat de Koude Oorlog tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Sovjetunie zou uitmonden in een atoomoorlog. Na de val van het IJzeren Gordijn in 1989, is in 1993 besloten om het signaal aan te passen. Toen is het oude signaal, dat veel harder was, vervangen door het geluid dat we nu horen. Het alarm wordt nu niet alleen meer ingezet bij oorlogsdreiging, maar bij rampen in het algemeen, zoals branden en gif lekken. Een wat minder afschrikwekkend geluid werd daarvoor geschikter gevonden.

Het luchtalarm wordt ook regelmatig plaatselijk ingezet. In 2010 bijvoorbeeld bij een zwavelzuurlek op het terrein van een zuivelfabriek in Dronten. Bij de maandelijkse test is het signaal één keer te horen. Bij een echt alarm gaat de sirene meerdere malen achter elkaar.

Leuk weetje: de eerste sirene werd gebouwd door de Schotse natuurkundige John Robison eind 18e eeuw.

Tegenwoordig kun je ook op je mobiele telefoon een waarschuwing krijgen van calamiteiten. Voor rampen die binnenshuis kunnen gebeuren is het handig om een rookmelder of een koolmonoxidemelder te bevestigen die ons tijdig kan waarschuwen als het nodig is.

M2

Reactie achterlaten