In goede conditie zijn en blijven

Om je lichaam in conditie te brengen en te houden is het van belang om goed en gezond te eten. Veel vitamines en mineralen zijn hierbij van essentieel belang.

Vitamines en mineralen zijn chemische verbindingen die onmisbaar zijn voor ons lichaam. Ze spelen een rol bij de groei, het herstel en het goed functioneren van ons lichaam. Ook zijn ze belangrijk voor een goede gezondheid. Vitamines komen van nature voor in onze voeding. Het lichaam maakt ze niet of onvoldoende zelf.

Wat is het verschil tussen vitamines, mineralen en spoorelementen?

Het belangrijkste verschil is dat vitamines van oorsprong in de levende natuur te vinden zijn. Het zijn dus organische stoffen. Mineralen en spoorelementen zijn dat niet en komen uit de dode natuur. Deze worden door planten en water uit de aarde opgenomen. Pas hierna kunnen dieren en mensen ze binnen krijgen, door het eten van planten, fruit en dieren of het drinken van water.

Er zijn 13 verschillende vitamines, 4 vetoplosbare en 9 wateroplosbare. De vetoplosbare vitamines zijn: A, D, E en K. Deze vitamines zitten voornamelijk in het vet van voedingsmiddelen en kunnen in de weefsels van het lichaam worden opgeslagen. De wateroplosbare vitamines zijn: B1, B2, B3, B5, B6, B8, B11 (foliumzuur) en B12 en vitamine C. Deze vitamines zitten juist in het vocht dat in voedingsmiddelen zit. Het lichaam kan deze wateroplosbare vitamines (met uitzondering van B12) niet goed opslaan, een teveel verlaat het lichaam via de urine.

In fruit zit veel vitamine C, dat is algemeen bekend, maar elke vitamine heeft je lichaam nodig. Maar waar zitten welke vitamines in en waarvoor heb je ze nodig?

Vitamine A:  zorgt ervoor dat je immuunsysteem goed functioneert en is goed voor je huid, haar en tandvlees. Deze vitamine zit o.a. in vis en melkproducten.

Vitamine B: vroeger dacht men dat er maar één vitamine B bestond, maar er blijken verschillende B-vitamines te zijn, die voor hun werking deels van elkaar afhankelijk zijn.
B1: zorgt voor de verbranding van koolhydraten, daardoor krijgt je lichaam energie. Zit vooral in varkensvlees, graanproducten en peulvruchten. B2: is nodig voor een goede spijsvertering en houdt je huid en haren gezond. B2 zit in melkproducten, vlees, groente, fruit en graanproducten. B3: helpt je lichaam energie te halen uit suiker, vet en eiwit en speelt een rol bij de werking van het zenuwstelsel. Deze zit in vlees, vis, noten, groente, fruit en graanproducten. B5: zit in bijna alle voedingsmiddelen en zorgt ervoor dat je lichaam eiwitten, vetten en koolhydraten kan afbreken. Het stimuleert de aanmaak van afweerstoffen. B6: is belangrijk voor je spijsvertering en weerstand. Verder helpt het bij de aanmaak van rode bloedcellen en is het een onmisbare stof voor je zenuwstelsel. Zit in vlees, vis, ei, peulvruchten, aardappels en volkoren producten. B8: houdt je huid en haar gezond en zit in eieren, melk, soja, noten, chocola en bloemkool. B11: (foliumzuur) is heel belangrijk bij de aanmaak van bloed en DNA-materiaal. B11 beschermt bovendien mee tegen hart- en vaatziekten. Zit in groene groenten, fruit en volkoren producten. B12: komt alleen voor in voedingsmiddelen van dierlijke afkomst zoals vlees en zuivel. Het is nodig voor de productie van rode bloedcellen en voor een goed werkend zenuwstelsel.

Vitamine C: is goed voor je weerstand en houdt je tanden, botten en bloedvaten gezond. Ook vertraagt deze vitamine het verouderingsproces. Groente, fruit en aardappels zijn de belangrijkste bronnen.

Vitamine D: zonlicht is de belangrijkste bron van deze vitamine. Ongeveer tweederde deel van de hoeveelheid die je per dag nodig hebt, wordt op deze manier aangemakt. De rest komt uit voeding en zit in voedingsmiddelen van dierlijke afkomst. Vooral paling, zalm en makreel. In Nederland wordt vitamine D aan margarine, halvarine en bak- en braadproducten toegevoegd. Een tekort komt veel voor, vooral bij oudere mensen. Kinderen tot en met 3 jaar hebben ook extra nodig.

Vitamine E: houdt de huid, zenuwen, spieren, rode bloedcellen en het hart gezond. Zit in plantaardige olie, noten, graanproducten, muesli en sesamzaad.

Vitamine K tenslotte: heb je vooral nodig voor de bloedstolling en zit o.a. in broccoli en spinazie.

De geschiedenis van vitamines

De vitamines zijn ontdekt in de eerste helft van de 20e eeuw, vanaf 1906. Na de ontdekking dat voedsel bepaalde stoffen bevat die essentieel zijn voor het behoud van een goede gezondheid en conditie, werd de benaming ‘vitamines’ ervoor bedacht. Het woord is een combinatie van het Latijnse vita (= leven) en amine (= stikstof bevattende verbinding). Later werd bekend dat niet alle vitamines stikstof bevatten, maar het woord ‘vitamine’ was toen al algemeen in gebruik.

Voorraad- en koelkast

Door eten op de juiste manier te bewaren, blijft het langer goed en gaan er minder vitamines verloren. Maar hoe haal je het optimale uit je koelkast, vriezer en voorraadkast?

  • Houd zoveel mogelijk dezelfde indeling aan, zodat alles een vaste plek heeft. Zo weet je altijd waar je iets terug kunt vinden
  • Zet producten die het snelst op moeten, vooraan
  • Bewaar producten zoveel mogelijk in de originele verpakking zodat je de houdbaarheidsdatum in de gaten kunt houden
  • Is iets geopend, dek het dan goed af, of gebruik een goed afsluitbaar opbergdoosje

Groente en fruit kunnen prima buiten de koelkast bewaard worden, mits je het niet te lang laat liggen, niet langer dan een week. De koelkast is de plek om koelverse producten zoals vlees, vis en zuivel in te bewaren. De vriezer is niet alleen geschikt voor producten die je bevroren koopt, maar ook om verse producten extra lang te kunnen bewaren. De meeste producten kan je ongeveer 3 maanden invriezen zonder kwaliteitsverlies.

M2

Reactie achterlaten